Soms, als ik denk aan hoe ik dingen voor me zag toen ik jong was, ontkom ik niet aan de gedachte dat er steeds iets tussen lijkt te zijn gekomen. Het vertrouwen dat ik had in mijn rol en betrokkenheid bij grootse en meeslepende gebeurtenissen nam steeds en bijna onmerkbaar met kleine, verwaarloosbare stukjes af, maar terugkijkend is het geen klein stukje meer, maar klonterde al die kleine stukjes samen tot een groot geheel, groter dan wat er over is. Alsof je binnenkomt op een groot feest, de bar aan de andere kant van de zaal ziet, er recht opaf denkt te gaan, maar merkt dat je, na je door de mensenmassa geworsteld te hebben, bij de toiletten of de nooduitgang bent, en helemaal niet bij de bar.
De man die me zei dat de dingen die gebeuren soms op zich laten wachten tot je het eigenlijk niet meer verwacht, en dat dat niet komt omdat de dingen een spelletje met je spelen, maar omdat het belangrijk is ruimte te laten, die deed me denken aan Roger Waters, die praatte over hoe hij platen produceert, en dat een van de belangrijkste dingen in liedjes het laten van ruimte is, zodat mensen er dingen bij kunnen bedenken, er spanning ontstaat. En toen dacht ik, misschien is het leven niet boos op me en erop uit om me te pesten of te plagen, maar is het leven schuchter, en weet het niet precies hoe ik waar op zal reageren, en wacht het even met iets voor me neerzetten, zodat het lijkt dat ik het zelf gevonden heb, als ik er tegenaan loop, in plaats van dat het een door mij geeiste prestatie van het leven is. Die ik in de meeste gevallen als onvoldoende zal beschouwen.
Oudejaarsavond
Top 2000, Simon and Garfunkel
Bridge over troubled water.
Of ik het ken
“ja”, en
ik wil eigenlijk zeggen “wat een zeiknummer”
of iets van die strekking,
maar terwijl ik mijn woorden nog sta te kiezen
om zo duidelijk mogelijk te zijn
over mijn afkeer,
zegt zij “dat draaide ze op de begrafenis van mijn vader”
en slikt ze een brok weg
en ik mijn commentaar.
Gelukkig is mijn uitgesprokenheid
veilig beschermd achter
een dikke laag
bedachtzaamheid.
Het nadeel van expressie, in welke vorm dan ook, maar ik zal me beperken tot taal, is de compressie die het vereist. Zoals een foto van een kip bepaalde aspecten van een kip kan overbrengen, maar anderen niet kan bevatten – natuurlijk te beginnen bij de andere kant van de kip, maar ook het geluid van een kip, de geur van een kip, de warmte van een kip en de smaak van de kip – zo is een woord, of een zin, of een hoofdstuk, geschreven of uitgesproken met als doel iets te beschrijven per definitie onvolledig.
Omdat een woord een woord is en niet het ding waaraan we dat woord hingen. En als we het over kippen hebben zijn we het er misschien redelijk over eens wat dat precies (of ongeveer) behelst, maar als het genuanceerder ligt, dan groeit de afstand tussen het feitelijke en haar representant. Expressie is reductie, en hoe groter of complexer het bedoelde, hoe groter de reductie, en dus hoe kleiner de nauwkeurigheid. terwijl afname van representativiteit het laatste is wat je nodig hebt bij grotere compexiteit.
En dan blijft een onmogelijke keuze over: een grotere reductie met op de koop toe genomen groeiende afstand tussen bedoelde en gevange, of: een stortvloed aan woorden in een poging de afstand te verkleinen, met als gevolg dat de mate waarin het doel, het uitganspunt van expressie -behapbaarheid en overdraagbaarheid – wordt behaald, met rasse schreden afneemt. Lood om oud ijzer. Taal is in de kern defect. Maar beter is er niet.
Er zijn mensen die dingen zeker weten. Er zijn ook mensen die er een sport van maken niks zeker te weten. Jij kreeg ooit bijna echt ruzie toen je een zoveelste poging deed een gesprek te saboteren door de oorzaak-gevolg relatie tussen twee schijnbaar logisch op elkaar volgende gebeurtenissen te bewijfelen. Het werd net geen vechten, maar het scheelde weinig. Mensen houden er niet van als dingen niet kloppen. En jij natuurlijk ook niet. Dat zal je ook niet ontkennen, wat degene die je dat wil toeschuiven meestal niet bevalt. Mensen willen weerstand, tegenwind, tegengas. Niks geen andere wang; een gevecht. Maar zo niet jij.
Je hebt vrienden die dingen zeker weten. Sterker nog: je hebt vrienden die zo goed zijn geworden is datgene doen wat mensen die dingen zeker weten doen, dat ze het niet eens meer nodig hebben om dingen echt zeker te weten. Want als je goed oplet zie je al snel: het zeker weten zelf is niet wat de plek op de apenrots bepaalt, maar de manier waarop je het verkondigt. Het is -op de korte termijn, maar wat is de lange termijn meer dan een hele berg korte termijnen?- effectiever een idioot standpunt stellig te verdedigen dan om mompelend je twijfel uit te spreken over twee zeer zinnige alternatieven.
De meesten wisten dit al, maar jij, jij wilde het zelf ontdekken. Al bedacht je dat pas achteraf.
Ik liep op straat en opeens kwamen er een paar dingen bij elkaar op een nieuwe manier: een soort openbaring. Ik ging iets snappen, samengesteld uit een paar dingen die ik al wist. Ik werd er blij van en bedacht me dat ik het aan vrienden zou willen vertellen. Ik had het door! En die gedachte maakte we nog blijer. Maar toen bedacht ik me langzaam dat dat wat ik bedacht had iets was wat diezelfde vrienden al talloze keren tegen me hadden verteld. Niet in andere bewoordingen, niet omzichtig of in hints, nee: in precies die woorden. Het was er altijd al geweest. En met dat besef veranderede de door mij voorgestelde gesprekken van uitbundige de-muur-is-gevallen-festijnen in bekentenissen van mij aan hun, waarin ik vertelde dat ik niet echt naar ze luister. Tenzij ze iets zeggen wat ik al weet of snap. Iets nieuws komt er simpelweg niet in. Een kleine domper op de feestvreugde.