Het woord. Ik dacht: een vriend. Wat bleek: een vreemde. Hooguit het minst vreemd. En misschien is dat het maximaal haalbare.Je hebt kunst, waarbij, als je op de juiste plek staat, er een coherent beeld, met een conventioneel perspectief, voor je verschijnt. maar als je vanaf die plek opzij stapt bljikt dat het beeld niet alleen uit allemaal onverwachtte onderdelen bestaat, maar dat die onderdelen ook nog eens op een bijzondere manier in de ruimte staan opgesteld, zodanig dat er maar één plaats is waarvandaan het een logisch geheel vormt (of lijkt te vormen). En dat ene punt is er recht voor. De beginsituatie.
De ironie is natuurlijk dat die plek er in de werkelijkheid niet is. Die plek bestaat niet behalve in die kunst. In het echt is er geen weg terug. Je denkt van wel, dat je even wat anders moet doen, (zoals in die droom waarin je even naar de supermarkt gaat om kauwgom te koopen terwijl je onderweg bent om het lot in te wisselen waarop, zo weet je, 5 miljoen euros én 32 maagden zijn gevallen, omdat je weet dat je nog ruim de tijd hebt om het lot in te ruilen en dus kan je ook nog wel even die trap op en die aap aaien en dan, en toen en opeens is het donker en is er paniek en is alles mislukt en hoe kmn je zo stom zijn!) maar dat het allemaal onder controle is. Maar hoe harder je probeert, hoe beter je je best doen: er bestaat geen weg terug. Taal: fantasie. De liefde: behang. Vooruitgang: een spiegel. Groei: afleiding. Rust: verdoving. Gled: het riool. Hoop: drijfzand.
Er bestaat geen perspectief waarvanuit het klopt. Het wordt alleen maar minder. Chaotischer.Vooral voor hen die zich solidair verklaard hebben aan dat perspectief. Mijn strengheid berust op het bestaan ervan. Mijn wijsheid. Foetsie.