Soms zou ik zo graag willen dat iemand mij wil interviewen dat ik het van gekkigheid zelf maar doe, in gedachte, onder de douche, tijdens de afwas. Op de fiets. Ik lijk mijzelf dan best wel boeiend en ter-zake-doend te kunnen vinden en vraag me af op ik representatief zou kunnen zijn voor jullie; of ik een gemeenschappelijk gevoel of verlangen zou kunnen vertegenworodigen of uitbeelden, voor jullie; jullie aan wie een interview met mij wordt onthouden. Omdat er nou eenmaal, op basis van de gebruikelijke indicatoren – auteurschap, regisseurschap, mening-hebbend, bezit van een fotogeniek lijf, enz. – weinig reden blijkt voor de interviewers van julllie periodieken mij te benaderen. Maar ik, ik vind mij best veelzeggend en mysterieus. Juist door de betekenisvole stiltes en fronsen. Want niet alles is te zeggen. Misschien is dat wat ik zou kunnen zeggen. Een meta-kritiek op het medium interview, ín een interview. Ala Coetzee. Op die momenten denk ik dat ik best wel snapbaar zou kunnen zijn, als iemand maar de juiste vragen stelde, en dan prijs ik mijn eigen bescheidenheid als ik me voorhoud dat mijn weerzin niet-gestelde vragen zomaar zelf te beantwoorden voortkomt uit het volgen van de principes. En als we dat allen eens zouden doen. En daarbij knikt interviewer-ik naar geintervieuwde-mij, en dan begint de eindtune van het radioprogramma. En niemand ziet me fietsen. Niemand vraagt me wat.
By j on juli 18th, 2015 in Uncategorized with 0 Comments