De korte versie gaat zo: er gebeurt teveel, de hele tijd. Op de fiets door de stad kom je mensen voor het eerst en voor het laatst tegen. Er bestaan apparaten op gevels overeind te houden waarvan het hele achterliggende pand gesloopt is. Mensen werven wereldwijd sponsoren voor slimme polsbandjes met chips en sensoren erin. Ze verkopen pentekeningen via eigen webshops. In Groningen boren we naar gas en nemen de aardbevingen op de koop toe. Groningen is net ver genoeg om niet naar de klachten te luisteren. Elke dag gebruik ik bestek en een koffiemok. ’s Ochtends trek ik schone sokken en een verse onderbroek aan. Ik was en af, steeds weer. Ik eet, ik loop en soms bel ik mijn moeder. De baas van het bedrijf waar ik werk zat tegenover me tijdens een etentje ter ere van het afscheid van een andere collega. Er waren toespraken en cadeau’s en er werd gezongen. Vals welliswaar. Maar toch: zang. We spraken over haatzaaien. En of dat mag. En wat het is. Ik vroeg me af of haatoogsten niet veel erger is. En wie het onderscheid dan bewaakt.
Toen ik en het internet nog jong waren, las ik over the anarchist cookbook. Dat was een beroemd, of befaamd, boek, waarin concrete instructies voor het maken van bommen werd beschreven. Het was frowned upon, maar niet strafbaar om dat te verspreiden en te delen. Net als de peer-to-peer van de tijden van kazaa.
De maandag na het weekend volgend op het etentje sprak ik mijn baas. Hij had gevonden dat ik de discussie bemoeilijkte door het gesprek steeds basaler te maken, in plaats van een oplossing te willen vinden. We lachten erom en gingen weer aan het werk.
Maar in de kern is de zaak: het meest basale aspect van alles, de voortdurende beweging, herhaling, het nooit weer even de klokken gelijk zetten: ik wil het niet. Ik wil niet voortdurend achter de feiten aanlopen. Maar de beweging niet voelen lukt ook niet. Dat is inderdaad geen oplossing, maar wel een soort antwoord. Toch?
By j on juli 18th, 2015 in Uncategorized with 0 Comments