Het nadeel van twijfel is natuurlijk de ruimte. Niet eens zozeer de onzekerheid of de uiteindelijk te maken keuze de juiste is (immers, de twijfelaar zal betogen dat er niet zoiets bestaat als ‘de juiste’ keuze), maar de niet uit te sluiten mogelijkheid dat er opties over het hoofd worden gezien; de ruimte rondom en  tussen de bekeken opties. En de ruimte tussen die opties en de kiezer.

Je zou denken dat dit een redenering is die zichzelf oplost, omdat het onmogelijk is om zeker te weten dat je alle opties hebt overwogen (voor zover een twijfelaar iets zeker kan weten), maar dat is niet per se het geval. Wel zorgt de notie, dat het geen keuze is tussen twee opties maar een oneindige hoeveelheid, ervoor dat opties waarde (en dus ook relatieve waarde) verliezen. Dat maakt kiezen ingewikkeld, of zelfs zinloos. Niet kiezen is maar nauwelijks beter. Een dilemma. Een keuze. Terug bij af.

Maar: we gaan voorbij aan voorkeur, aan smaak. Intrinsiek ‘waardeloze’ opties onderscheiden zich van elkaar door perceptie van de kiezer. In feite komt de keuze daarmee niet neer op een keuze tussen twee (of meer) buiten de kiezer liggende opties, maar een confrontatie tussen de eigen voorkeur (en vooral: de daaraan ten grondslag liggende waarden) en de intrinsiek waardeloze verzameling opties. Niemands persoonlijke overtuiging is bestand tegen eindeloos op zich inbeukende overvloed aan waardeloze mogelijkheden. Dreunend en monotoon. Een oneerlijke, want niet te winnen strijd.

De twijfelaar is dus meer dan slechts iemand die moeite heeft met kiezen; dat zou te makkelijk zijn. De twijfelaar zaagt de poten onder de eigen stoel vandaan, uit overtuiging, uit te ver doorgevoerd principe. Wankeler en wankeler zijn positie in de branding van mogelijkheid. Kopje onder gaand in zijn poging het juiste te doen. Rustig gade geslagen door de zekeren, de daadkrachtigen, veilig op het droge.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright 2013 ikvergisme // Aangedreven door WordPress