Doorgaan heeft niets met passie te maken, ergens mee stoppen des te meer met angst. Succes is de norm, alles minder is falen. Toegegeven, op die momenten dat de norm wordt gehaald brandt het verlangen en het vertrouwen, en lijkt er niets wat ik niet kan. Behalve misschien datgene wat ik niet wil, maar zelfs dat zou ik kunnen als ik het zou willen. Uiteindelijk zal de balans, door toedoen van mijn onhaalbare zwart-wit puntentelling, doorslaan richting falen, omdat dat gebied nou eenmaal veel groter is, en de kans -laten we eerlijk zijn- dat ik werkelijk bijna alles kan, nou eenmaal vrij klein is. Dus ik zal falen. en blijven falen.
Het huisje lonkt. Het idee niet constant te hoeven testen waartegen ik bestand ben, of ik sterker ben, flexibeler. achterover te kunnen leunen tegen de wetenschap dat als datgene wat je weet dat je redelijk af gaat (honger stillen, ademen, niksen, lezen, berusten) het enige is waar je op hoeft te vertrouwen, je je nergens meer tegen hoeft te verzetten, en je gewoon kan zijn.